+31(0)517745046 info@houthandelboersma.nl

Vurenhout

Vuren kan voor heel veel doeleinden worden toegepast. De variatie in kwaliteit is bij deze houtsoort groot en daarom zal de kwaliteit in de regel het gebruiksdoel bepalen. Gezien de natuurlijke duurzaamheid van vuren zal voor bepaalde toepassingen een behandeling met een verduurzamingsmiddel de gebruiksduur aanzienlijk kunnen verlengen.
Gebruik in de bouw voor dragende constructies (al of niet gelamineerd) kozijnen, puien, ramen, deuren, trappen, vloeren, binnen- en buitenbetimmeringen, balkhout, kasten, kastplanken, lijstwerk, bekistingen, schuren, heipalen enz. Voor emballagedoeleinden worden grote hoeveelheden vuren (mede omdat het geen geur verspreidt) voor pallet-, kisten- en krattenfabricage, vaten en houtwol gebruikt. Andere toepassingen zijn goedkope meubelen, boompalen, hekpalen, spaanplaat, triplex enz.

Douglashout

Douglas heeft vers meestal een licht geelbruine kleur die aan licht en lucht op den duur verkleurt tot fraai oranjeachtig geelbruin. Van snel gegroeide, tamelijk jonge bomen, is het hout meer roodachtig en het wordt in Verenigde Staten dan ook wel red fir genoemd, in tegenstelling tot yellow fir voor langzaam gegroeid fijnjarig hout dat geler is. Het witachtige spint is bij oude dikke bomen (old growth) maximaal 40-50 mm en bij jongere aanplant (second growth) 70-80 mm breed. Afhankelijk van het groeigebied (kuststreken of gebergte) is niet alleen de kleur maar zijn ook de volumieke massa en de sterkte variabel. Het in Nederland geïmporteerde hout is in de regel uit de kuststreken afkomstig. Douglas is harshoudend, waardoor soms vettige vlekjes of streepjes op het geschaafde oppervlak zichtbaar zijn. Ook komen, volgens de groeiringen verlopende, met hars gevulde holten (zogenaamde harszakken) voor. Door het kleurcontrast tussen het vroeg- en laathout van de groeiringen vertoont het kwartiers en halfkwartiers gezaagd hout een duidelijke streeptekening en dosse gezaagd hout een vlamtekening. Het in Europa gegroeide douglas is in uiterlijk en eigenschappen vergelijkbaar met het \second growth\ uit Noord-Amerika. Het in Nederland groeiende hout dat onder de naam inlands douglas wordt verhandeld, is door de bredere groeiringen grover van structuur dan het geïmporteerde hout. Het bevat veelal brede banden dicht laathout die er voornamelijk de oorzaak van zijn dat het hout een behoorlijke sterkte heeft.

Grenenhout

De kleur van het verse kernhout is lichtbruin. Na verloop van tijd wordt het donkerder en varieert dan van geelbruin tot roodbruin en steekt scherp af tegen het 50-100 mm brede spint dat wit tot lichtgeel van kleur kan zijn. Het spint kan soms, meestal plaatselijk, enigszins donkerder dan normaal gekleurd zijn. Dit komt door de aanwezigheid van drukhout (reactiehout), dat als een natuurlijk gebrek moet worden gezien. In het kernhout valt deze afwijking met het blote oog vrijwel niet te constateren. Evenals de andere naaldhoutsoorten uit de gematigde luchtstreken vertoont grenen een duidelijk verschil tussen het licht gekleurde vroeghout en het donkerder gekleurde laathout. Op kwartiers gezaagd hout geeft dit een streeptekening te zien en op dosse gezaagd hout een vlamtekening. Grenen is harshoudend. Soms kunnen de harsgangen als uiterst fijne streepjes worden waargenomen. Op de langsvlakken kunnen soms opvallende donkerbruine, onregelmatig gevormde kleverige vlekken voorkomen. Deze worden veroorzaakt door het hoge harsgehalte dat plaatselijk in het weefsel aanwezig kan zijn. Vers gezaagd of geschaafd hout verspreidt een aangename hars- of terpentijngeur. Deze geur verdwijnt op den duur, maar als oud hout opnieuw wordt bewerkt, ruikt het weer als nieuw. Grenen dat afkomstig is van aanplantingen (vrijwel al het grenen dat tegenwoordig wordt aangevoerd) bevat een groot percentage spint, aangezien de pijnbomen pas op circa 25-jarige leeftijd kernhout gaan vormen. Uit onderzoek is gebleken dat de mechanische eigenschappen van grenenspint niet onderdoen voor kernhout. Europees grenen heeft een zeer groot groeigebied met zeer verschillende klimatologische omstandigheden. Als gevolg hiervan treedt er een grote variatie op in groeiringbreedte, volumieke massa, grootte van de cellen, celwanddikte en aantal en grootte van de kwasten.

Lariks hout

Lariks is een harshoudende houtsoort waarvan het kernhout kleurvariaties vertoont van licht geelbruin (Siberisch larix), geelbruin, rozeachtig tot roodachtig bruin. Het spint is duidelijk van het kernhout te onderscheiden en is geelachtig tot vuilwit van kleur. Lariks vormt al op vroege leeftijd kernhout, waardoor de breedte van het spint in volwassen bomen meestal niet groter is dan 20 mm. De groeiringen zijn zeer duidelijk te onderscheiden. Elke zone bevat licht gekleurd vroeghout en donker laathout. Op dosse gezaagd hout ontstaat hierdoor een fraaie vlamtekening terwijl kwartiers gezaagd hout een duidelijke streeptekening vertoont. Voor een naaldhoutsoort is lariks vrij zwaar. Het uiterlijk en de technische eigenschappen van de larikssoorten verschillen door hun gelijke structuur en kleur zó weinig dat ze niet van elkaar zijn te onderscheiden. De voorkomende verschillen in gewicht, hardheid en het voorkomen van kwasten worden minder door de soort dan door de leeftijd en de groeiomstandigheden veroorzaakt. Doordat de kwaliteit afhankelijk is van de herkomst, dient bij gebruik van lariks hierop te worden gelet. Bij onderzoek is gebleken dat gewaterd lariks iets makkelijker water opneemt dan vers lariks.

Eikenhout

Eiken kernhout heeft een geelbruine tot donkerbruine kleur en steekt duidelijk af tegen het 25-50 mm brede bleekbruine spint. Kwartiers gezaagd hout vertoont karakteristieke glanzende \spiegels\, veroorzaakt door de brede stralen. Het hout is ringporig waardoor op het dosse vlak een vlamtekening ontstaat. Structuur en kwaliteit variëren afhankelijk van de groeicondities. Zo is Slavonisch eiken langzaam en gelijkmatig gegroeid, heeft het een rechte draad en een egale tint en het is zacht en gemakkelijk te bewerken. Eiken uit Polen is taaier en harder. Inlands eiken is meestal harder, zwaarder en vaster, sterker maar ook grover dan geïmporteerd eiken. Eiken heeft een hoog looistofgehalte, waardoor metalen in contact met eiken snel corroderen.